In de keynote gaf Rebecca Haselhoff (BENEDMO) een overzicht van de actuele stand van zaken rondom factchecking. Ze benadrukte de veranderende rol en vorm van factchecking in het journalistieke proces en introduceerde de BENEDMO factcheck-databank en het Factrank-project, gericht op samenwerking binnen het Nederlandse taalgebied.
Maarten Zeinstra (MCNL) introduceerde het concept van technisch herleidbare authenticiteit van media. Dit is een techniek waarmee bevestigd kan worden dat een media-uiting tijdens transport — of dat nu via een intermediair of een kwaadwillende speler is — ongewijzigd is gebleven. Herleidbare authenticiteit vereist een infrastructurele aanpassing, waarbij de C2PA-specificatie de norm lijkt te worden. In Nederland werkt MCNL aan het vergroten van de bekendheid van C2PA en een referentie-implementatie in samenwerking met Dawn Technologies en de VPRO.
Journalistieke standaarden
Tijdens het eerste panel, met vertegenwoordigers van de NVJ, DPG Media en het AD, stond de urgentie van sectorbrede regulering en technologische weerbaarheid centraal. Wais Shirbaz (NVJ) benadrukte dat de journalistiek momenteel strijdt tegen de overmacht van Big Tech-platformen, waar algoritmes sturen op ophef ten koste van de feiten. Deze strijd om aandacht heeft ook financiële consequenties; advertentie-inkomsten vloeien weg naar entertainment en sensatie, waardoor redacties en de ruimte om heuse journalistiek te bedrijven verder onder druk komen te staan. Lars Anderson (DPG Media) merkte op dat het merkvertrouwen onder krantenlezers nog altijd hoog is, en dat de focus daarom moet liggen op de herkomst van de bronnen. Technieken als C2PA en AI-detectoren zijn hierbij essentieel als signaleringsinstrumenten, maar het menselijke aspect blijft de basis. Dennis Naaktgeboren (AD) vulde aan dat journalistieke verantwoording en direct contact met het publiek onmisbaar zijn om de impact van misleidende artikelen met bijbehorende advertenties en toenemend tribalisme tegen te gaan.
In de discussie kwam naar voren dat de omvang van mis- en desinformatie lastig te kwantificeren is. Dit geldt ook voor de invloed hiervan op de nieuwsconsument. Verder werd bevestigd dat de intentie tot een directer contact met het publiek vooral een wens is. In de praktijk zijn de middelen hiervoor beperkt.
Vertrouwen en de mediaconsument
Het tweede panel verschoof de focus naar het publieksperspectief. Margo Smit (Ombudsman Publieke Omroep) en Edmund Lauf (Commissariaat voor de Media) stelden dat vertrouwen geen statisch gegeven is, maar een voortdurende inspanning vereist op het gebied van onafhankelijkheid en transparantie. Lauf wees erop dat het vertrouwen in gevestigde Nederlandse mediapartijen gelukkig hoog blijft; consumenten verwachten daar simpelweg geen desinformatie. Dit imago van de gevestigde partijen als betrouwbare bronnen moeten mediapartijen dus verder uitventen. Dit staat in scherp contrast met de publieke perceptie van sociale media, waar het vertrouwen lager is maar de consumptie juist enorm. In plaats van enkel te focussen op het ’terugwinnen’ van vertrouwen, moet de sector de nadruk leggen op het tonen van het journalistieke proces — het laten zien ‘hoe de worst gemaakt wordt’. Geert-Jan Bogaerts (PublicSpaces) onderstreepte tot slot dat de sector moet investeren in eigen onafhankelijke infrastructuren om de afhankelijkheid van commerciële platformen te doorbreken. Dit biedt een kans om een gemeenschap rond de media-onderwerpen te bouwen, waarin ruimte is voor dialoog en meerstemmigheid.
In de discussie kwam de vraag op welke rol het publiek in zo’n gemeenschap moet krijgen (reageerder, medeproducent?) en hoe je voorkomt dat dergelijke infrastructuren niet dezelfde (giftige) dynamiek krijgen die je op veel ‘big tech’ platformen aantreft.
Conclusie
Het was makkelijk om de rode draad van de dag te vinden: de toekomst van de journalistiek als hoeksteen van de democratische samenleving hangt af van een structurele dialoog met het publiek en een sectoroverschrijdende vuist tegen de negatieve impact van technieken die voor social media ingezet worden. Transparantie en onafhankelijkheid blijven de belangrijkste pijlers om het vertrouwen hoog te houden in een tijd waarin de strijd om de aandacht van de burger feller is dan ooit. Technieken als C2PA en Factrank kunnen hierbij helpen als signalen.